Tekst met foto's en fragmenten van de brief vind je op de Startpagina door op "lees meer" te klikken.
Jean MauriceFormesyn
Zijn oorlogs- en verzetsverleden.
Niet zo heel veel mensen in Koekelare weten nog wie Jean Maurice Formesyn was. De oudere generatie herinnert zich hem misschien nog alsde goedgezinde bode, "Jantje Formesyn", van de ziekenbond Bond Moyson. Als klein kind mocht ik mee in zijn NSU'tje wanneer hij zitdag ging houden in een café of in de keuken van een lid. Hij discussieerde er gedreven met de mensen over politiek, over socialisme, dingen waar ik toen niet veel van begreep. Hij betaalde de mensen hun ziekengeld uit. Ik hoorde hem vrijwel nooit praten over zijn oorlogsverleden. Dat bijvoorbeeld één van zijn vingers voor altijd krom stond, daar maakte hijgrapjes over tegen mij en mijn broer. Recent, in de aanloop van het schrijven van dit artikel, herinnerde ik mij dankzij mijn moeder, Marie-José Formesyn, wat de juiste toedracht van die vinger was. Een Pool had in het concentratiekamp Neuengamme geprobeerd de dagelijkse portie brood van 100 gram van Jan te stelen. Bij het gevecht dat daarop volgde had de man hem verwond met een mes. De pees van zijn vinger was doorgesneden en een infectie van de wonde kon in de slechte hygiënische omstandigheden van het kamp zijn dood betekend hebben. Zo heb ik heel mijn jeugd, heel mijn leven, fragmenten van verhalen gehoord. Over mijngrootvader, over zijn zoon, mijn oom, Achiel, over de oorlog, het concentratiekamp. Recent kreeg ik van mijn moeder een map met originele documenten betreffende Jan en Achiel Formesyn. Ik vond het nu tijd om alles op een rijtje te zetten. Ik wilde nu eindelijk het hele verhaal kennen. Ik ben er maanden mee bezig geweest, ik heb diverse archieven geraadpleegd en vele boeken over het verzet en over Neuengamme gelezen. Ik heb mijn moeder geïnterviewd. Zij heeft, weliswaar als klein kind, ze was 4 jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, haar vader en haar broer brutaal zien wegvoeren en is misschien de enige nog levende getuige. 71 jaar later weent ze nog als ze er over vertelt. Het raakte ook mij emotioneel: de lieve pépé uit mijn kindertijd nu eens te zien als een man met grote idealen, dan als een kerel met enorm veel lef, dan weer als een breekbare gevangene van een gruwelijk systeem en ook nog als een onwaarschijnlijke pechvogel. Een document van uitzonderlijke waarde in dit verhaal is de brief die na mijn grootvader zijn dood teruggevonden werd in zijn bureel. Op 15 januari 1967 typte hij een antwoord op een brief van een Duitse pastoor die vroeg om een levensschets te maken. Hij begreep niet genoeg Duits . Zijn dochter nam de brief mee naar Raf Seys die de brief in het Nederlands vertaalde voor Jan. De originele brief van de pastoor is bij Raf gebleven... Het antwoord op die brief vormt de basis van dit verhaal. Deze authentieke brief heb ik in stukjes doorheen het verhaal geweven. Een tweede voor mij zeer opmerkelijk moment in de reconstructie van dit verhaal vormt de ontdekking en het interviewen van de zoon van Alberic Pulinckx. Dit gesprek met de tot nu toe onbekend gebleven ooggetuige van de arrestatie van de 17 verzetsleden in Varsenare heeft mij zeer diepgeraakt.
WERELDOORLOG 1Jean Maurice Formesyn is geboren te Brugge op 25 augustus 1899. Hij is de zoon van Alida van Acker en Edmond Formesyn. Vader is dokwerker en moeder huishoudster, ze hebben het niet breed. Zijn jeugd brengt hij door in de kleine straatjes van Brugge. Eén van zijn speelmakkers is Achiel Van Acker die hem tot op late leeftijd steeds een hand blijft schudden op de Socialistische 1 mei vieringen. [1]Op 10 jarige leeftijd, gaat hij als steenkapper werken. Eerst bij een oom en daarna voor een baas. Op 4 augustus 1914 valt Duitsland de provincie Luik binnen. Het is oorlog. Jean Maurice is 15 jaar. Op aanraden van zijn moeder vlucht hij samen met zijn broer Honoré naar Frankrijk.[1][2]
Begin april1918, meldt Jan, dan 18jaar oud, zich samen met zijn broer(20 jaar) aan om vrijwillig dienst te doen in het Belgisch Leger.[2]FOTO 3 : Militair paspoort Jan.Het verhaal gaat dat hij en Honoré zich ouder voordoen dan ze zijn om inhet leger te mogen.[1]Alle opleidingen van het Belgisch Leger gaan in Frankrijk door.Op 2 april 1918 zijn ze in werkelijke dienst bij het opleidingscentrum W1te Bordeaux.[3]Vanaf 17 juli 1918 krijgen ze vier maanden opleidingomgaan met geweer, vechten met bajonet en soldatenleven in Centred'Instruction (CI) n°1 Parigné l'Evêque, een opleidingskampInfanterie.[3]Hij dient bij het 15de Regiment Genie.[3] Die keuze heeft hij nooit zelfgemaakt, hij vertelde vaak dat men hem enzijn broer een pakje in de handen duwde envan dan af waren ze bij de Genie.[1] Jan wasordonnans van een officier. Deze leerde hemFrans spreken.[1]FOTO 4 : Jean Maurice Formesyn, eerste links, 1918.Jan hield 1 frontstreep over aan zijn diensttijdens WO1.[3] Hij gaat in oktober 1919 oponbepaald verlof maar hij blijft soldaat bijhet reservekader van het 3de Genie. Telkens4hij gaat steenkappen in Frankrijk moet hij toestemming vragen aan zijnoversten.[3] Honoré blijft de rest van zijn carrière clairon bij het leger.TUSSEN DE TWEE OORLOGENOp 21 juli 1921 trouwt Jan met Blanche Van Geirdeghom. Het koppelgaat in Brugge wonen en een week later, op 27 juli, wordt hun zoonAchiel Formesyn geboren. Jan gaat nog verschillende keren in Frankrijksteenkappen, de laatste keer in 1930 voor anderhalvemaand in Chantilly.[3]In dat zelfde jaar sterft Blanche aan borstkanker. Jan isweduwnaar.Een tijd later leert hij Magdalena Verlinde kennen. Zijwerkt als kamermeisje in een hotel op het Zand in Brugge.[1] Ze woont in Koekelare, is weduwe en heeft 1 zoon,Robert Lydou (geboren 1926).(FOTO 5 : Op de foto rechts Magdalena Verlinde, 18 jaar oud.)Op 1 oktober 1932 stopt Jan met steenkappen en wordthij bode van de Bond Moyson.[2] Hij verhuist naarKoekelare.Hij is geldophaler en plaatselijk secretaris van de BondMoyson. Hij bedient op zijn eentje 28 gemeenten, eerst met de fiets, latermet een brommer. Het werk houdt in dat hij bijdragen int, zegeltjesplakt in de ledenboekjes, het maandgeld van de zieken en dedoktersbriefjes uitbetaalt.[4]"Ik weet dat ook mijn moeder thuis uitbetaalde, onze deur stond altijdopen, we hadden geen bel, mama vond dat voor de rijken. Vaakkwamen mensen met een doktersbriefje om het geld te innen en danweer die dag verder te kunnen." (Marie-José Formesyn)[1]Op 21 oktober 1932 trouwt hij met Madeleine.In 1936 wordt hij ook verzekeringsagent van de Prevoyance Social (PS) inBrussel.Op 29 mei 1937 wordt Marie-José Formesyn geboren, dochter van Jan enMadeleine.5WERELDOORLOG 2Op 28 mei 1940 capituleert België na 18 dagen. De Tweede Wereldoorlogis begonnen. Jan is op dat moment 41 jaar, Madeleine 38, Achiel 19,Robert 14 en Marie-José 3.Ze wonen in een klein huisje in de Potelstwegel (heden nr. 9).Situering van het verzet tijdens WOIIVanaf de eerste dagen van de oorlog groeide het verzet overal in het land spontaan enaanvankelijk ongeorganiseerd. De bevolking was de wreedheden van de bezetter in deEerste Wereldoorlog nog niet vergeten. In het begin ging het over enkelingen die kleinesabotagedaden pleegden, koper verstopten, de bezetter pestten, kortom duidelijk maaktendat de Duitsers niet gewenst waren. Gedurende de eerste oorlogsjaren nam het verzet inomvang toe, tegen het einde van de oorlog werd het als 'de vierde macht' (naast Lucht-,Land- en Zeemacht) beschouwd. Het Geheim Leger telde op het moment van de bevrijding54.000 man.Weerstand bieden aan de bezetter betekende spionage, sluikpers, industriële sabotage,ontsnappingslijnen en militair verzet.Het Belgisch verzet bestond uit diverse bewegingen: Clarence, Bayard, BelgischeNationale Brigade, Witte Brigade Fidelio... om er enkele te noemen. Enkel het BelgischLegioen, het militair verzet, stond onder rechtstreeks bevel van de minister vanLandsverdediging in Londen. De andere groepen waren burgerlijke verzetsbewegingen.Het Belgisch Legioen kan men beschouwen als het heropgerichte Belgisch leger. Dat wastrouwens de eerste naam die de groep droeg.Het Belgisch Legioen bestond aanvankelijk hoofdzakelijk uit oud-militairen en militairen dieniet naar Engeland gevlucht waren en die de overgave op 28 mei 1940 niet goed verteerdhadden. Vanaf eind 1941 was het Legioen al een sterk uitgebouwde militaire organisatiedie overal in het land actief was. Het rekruteren van manschappen verliep in het uiterstegeheim. De straffen op verzet tegen de Duitse bezetter waren immers niet mals(gevangenis, marteling, wegvoering of executie). Na oktober 1942 groeide het aantalmanschappen omdat toen de verplichte arbeidsdienst in Duitsland in voege kwam. Velemannen sloten zich bij de weerstand aan in ruil voor een onderduikadres om zo niet naarDuitsland te moeten gaan werken.Het werkingsgebied van het Belgisch Legioen werd opgesplitst in 5 zones,West-Vlaanderen was samen met Oost-Vlaanderen Zone III. Zone III bestond uit 10Sectoren en 20 schuiloorden. Zone III telde half 1944 13.500 man.Koekelare ressorteerde onder de Sector Brugge-Oostende. Die sector had 1 schuiloord nl.Le Geai1. Een schuiloord moest over een verzamelplaats en een dropping-zone beschikkenom er materiaal en manschappen uit Engeland te kunnen ontvangen. Het was vrijwel deenige manier voor het verzet om radiozenders, wapens, munitie en springstoffen tebemachtigen. Wanneer er iets geparachuteerd zou worden werd dat eerst aangekondigdvia een persoonlijke boodschap op de BBC. In Beernem was een schuiloord ingericht in het1 Vlaamse gaai.6Sint-Amandusinstituut. Tussen de 1400 patiënten die er zich rond half 1940 bevonden,vond Vader Overste (Marcel De Jonghe) plaats om in twee grote slaapzalen talrijkeondergedokenen en enkele Joodse kinderen te herbergen. De dropping-zones in Beernemen in Oostkamp bevonden zich uiteindelijk niet op de goede plaats (te dicht bij de Duitsers)waardoor ze door Londen geweigerd werden. Er vonden geen droppings plaats in SectorIII. Succesvolle droppings waren er wel boven Velzeke (Le Faisan) Begin mei 1944 werdendaar o.a. 198 stens gedropt waarvan Sector Brugge-Oostende er een 20-tal kon afhalen.De communicatie met de regering in Londen verliep gedurende de hele oorlog bijzondermoeilijk. Overleg werd gepleegd door personen boven België te droppen met parachutesen ze dan in het grootste geheim vaak via Frankrijk of Spanje terug naar Engeland tebrengen. Vanaf 1943 werden ook radio's gedropt zodat er via gecodeerde boodschappenop de BBC-opdrachten konden doorgegeven worden. De Duitsers hadden immers alleradio's verboden en opgevorderd. Op het bezitten van een radio stond de doodstraf.Het Belgisch Legioen verandert enkele keren van naam om uiteindelijk vanaf juni 1944 alsHet Geheim Leger bekend te staan.De leden van het Geheim Leger deden niet zomaar hun goesting. Ze kregen strikt na televen orders van hogerhand. De eerste belangrijke orders werden op 22 juli 1943 gedroptboven Frankrijk. Het waren de plannen die de Belgische regering had uitgewerkt voor hetmilitair verzet in België. Het pakket bevatte richtlijnen voor de bevelhebber van de troepen,een brochure met daarin de werking en organisatie van het militair verzet, eensabotageplan met acties die direct uitgevoerd moesten worden en een plan van de militaireactie van het verzet op D-Day. Bij een andere actie werden massa's wapens en munitiegedropt. Slechts een zeer klein deel was voor West-Vlaanderen bestemd; het grootste deelging naar het maquis in de Ardennen.Op 1 juni 1944 kwamen er nieuwe orders.Het Geheim Leger moest na de landing sabotage plegen (zorgen dat er geen Duitsetroepen meer naar het front konden, maar dat de geallieerden zich wel nog kondenverplaatsen).De tweede opdracht was guerrilla-acties plegen tegen de Duitsers om hen onzeker temaken.De derde opdracht was openlijk de strijd beginnen tegen de Duitsers zodra de geallieerdenhet land binnentrokken.Het bevel om deze opdrachten te starten was telkens een code die uitgezonden werd opde BBC. De eerste boodschap werd op 1 juni 1944 uitgezonden: "Message pour la petiteBerthe. La frondaison des arbres vous cache le vieux moulin". Dit zinnetje betekende eenvooralarm; de verzetslui wisten nu dat de landing binnen zeer afzienbare tijd zou gebeurenen dat ze klaar moesten zijn om hun opdracht uit te voeren.Op 6 juni werd de landing in Normandië effectief uitgevoerd.Een tweede boodschap "Le roi Salomon a mis ses gros sabots" was de code voor hetstarten van opdracht nummer 1, de sabotageacties. Het werd op 8 juni 1944 opgevangen.7Het Geheim Leger werd opgedragen ervoor te zorgen dat er zo weinig mogelijk burgersdoor hun acties zouden getroffen worden (repressie, vergelding, gijzeling...) Hetneerschieten van Duitsers was uitdrukkelijk verboden tenzij in geval van zelfverdediging.Vanaf 9 juni startte overal in de sector (in het land) de sabotagefase. De assen van wagonsvoor vervoer van de Duitsers werden onklaar gemaakt; treinbestuurders reden dode sporenop; de signalisatie werd onklaar gemaakt... met onnoemelijke treinvertragingen tot gevolg.Langs autowegen werden wegwijzers weggenomen en planken met nagels of kraaienpotengeplaatst. Wat telefoonlijnen betreft bleef er zowat niets onbeschadigd over. Heel veelvernielingen die de Duitsers wilden aanrichten werden ongedaan gemaakt door hetGeheim Leger. Zo werd de haven van Brugge compleet gevrijwaard van sabotage van deDuitsers. Een ander voorbeeld was het weghalen van de lont van de vliegtuigbommen dieonder de stenen brug bij de Gentpoort in Brugge door de Duitsers bevestigd waren. Zowerden tal van bruggen in de sector gespaard door de acties van het Geheim Legerwaardoor de geallieerde troepen sneller konden vorderen. Er werden een 750 Duitserskrijgsgevangen genomen, 15 werden gedood. De mannen werden ook ingezet voor hetbewaken van krijgsgevangenen, bruggen, achtergelaten wapenopslagplaatsen... Tot slotspeelden verschillende leden van het Geheim Leger ook een rol als gids voor degeallieerden; ze waren een zeer belangrijke lokale bron van informatie om snelbeslissingen te kunnen nemen betreffende het logeren en verplaatsen van troepen2.De demobilisatie van het Geheim Leger ging in vanaf 15 oktober 1944. Dan moesten allenwapens ingeleverd worden. Veel ex-weerstanders meldden zich aan als oorlogsvrijwilligerom persoonlijk te kunnen bijdragen aan het einde van de oorlog. Onder de 53.700Belgische oorlogsvrijwilligers bevonden zich vele leden van het Geheim Leger SectorBrugge-Oostende3.Zes maanden later, op 1 november 1940 wordt Jan lid van deverzetsbeweging het Belgisch Legioen.[3]Hij wordt aangeworven door Kapitein Michel Jozef Van Poucke.[2]Van Poucke is bevelhebber van het Belgisch Legioen West-Vlaanderen.Hij woont in Villa Reigersvliet, Bloemenstraat 2 in Assebroek.[3]De activiteiten van Jan bestaan in het begin van de oorlog uit hetaanwerven van manschappen en het bezorgen van militaire inlichtingen.[4]3 Guy VAN POUCKE, Niet langer geheim. 60 groepen, 2500 man, Gent, 1987; Luc SCHEPENS, Brugge Bezet, Tielt, 1985.2 Guy VAN POUCKE, Niet langer geheim. 60 groepen, 2500 man, Gent, 1987.8Vanaf maart 1941 wordt zijn zoon Achiel lid van het Belgisch Legioen [4]Achiel werkt als schrijnwerker bij de houthandel Leirman op deLavendee. Dat is nu een groot bedrijf in Gistel.[1]Jan brengt vanaf 1941 militaire inlichtingen over "tusschen Oostende enVarsenare bij Emile Mariën (een bruggendraaier) in Oostende"[3]In januari 1942 vinden we een door Jan opgestelde lijst terug meteffectieve leden van het Belgisch Legioen Koekelare, 6 man : JanFormesyn, Achiel Formesyn, Julien Perdu (Moerestraat), Leon Perdu,Jean De Proost (Statiestraat) en MauriceVermeersch.[3]FOTO 6 : Op de foto rechts : Robert Lydou 1943 met armbandvan het Geheim Leger.Tegen januari 1943 is die lijst al aangegroeid tot24 man.Ook deze leden zijn door Jan aangeworven:Robert Lydou (Bisschophoek), Jean Vanoverbeke(Sterrestraat), Georges Laveyne (Bisschophoek),Willy Decru (Bisschophoek), Oscar Demey(Sterrestraat), André Baeckelandt (RijkswachtZeebrugge), Gaspard Blontrock (RijkswachtOostende), Marcel Logghe (Middelkerke),Ambriosius Declerck (Hoogkwartier), GustaveHindryckx (Lekestraat).[3]Vanaf 1943 bestaan de activiteiten van Jan enzijn ploeg uit het bezorgen van valse identiteitskaarten en het verzamelenen uitdelen van geld en granen voor ondergedokenen.Vanaf 13 oktober 1943 duikt Achiel onder. Jan verplicht hem daartoe.[1]De Duitsers zoeken steeds grimmiger naar jonge gasten om ze inDuitsland te doen werken. Tot december 1943 verblijft hij bij weduweHindryckx die in de Ooststraat nummer 4 in Middelkerke woont.[3]9FOTO 7 : Naast dit huis zaten Achiel en nog 3 jonge mannen meer dan een half jaar onder degrond verscholen.Daarna zit hij in een schuilplaats, gegraven onder deopgestapelde houtblokken naast het huis van weduweVictor Logghe, (Missiaan) Bisschophoek 2 in Koekelare. Erverblijven 4 jonge mannen in het huis, o.a. Julien Perdu.[30]Meestal verschuilen ze zich binnen in het huis maar bijalarm verblijven ze in de schuilplaats.[1]Julien krijgt er geregeld bezoek van Jan die hem zegelsbezorgt voor eten.Begin 1944 is het ledenaantal gestegen naar 33. Jancoördineert 3 secties, onder leiding van Julien Perdu, LeonPerdu en Marcel Logghe.Op 1 juni 1944 verandert het Belgisch Legioen van naam, het heet nu hetGeheim Leger.Wanneer begin juni 1944 het Geheim Leger de opdracht krijgt sabotagete plegen worden in Ichtegem telefoonlijnen gesaboteerd door deluchtlijnen door te snijden. Hetzelfde gebeurt "3 dagen achtereen teKoekelare".[3] Onze Robert heeft zeker verschillende van dietelefoonlijnen op zijn rekening staan. Op een dag kwam hij thuis gekleedmet een Engelse pilotenjas. Mama was verschrikkelijk kwaad op hem.(Marie-José Formesyn)[1] Verder moeten er geparachuteerde wapens enmunitie afgeladen en verborgen worden. Jan moet ook zorgen voor dearmbanden en badges van zijn manschappen.[4]"Op een bepaalde dag had Jan armbanden mee met de Belgischedriekleur en de tekens A.B.-B.L. Die werden dan geleidelijk uitgedeeldaan de andere leden."Julien Perdu [30]"Thuis hadden we regelmatig huiszoekingen , dan kwam de garde L.[*]die met de Duitsers meedeed en een paar mannen in uniform, soms ookin 't zwart (Gestapo?) en ze liepen steeds de slaapkamer in. Ik liep mee,mijn kinderbed in ijzer stond daar ook en daar had broer Achiel eendubbele bodem in gemaakt. Daar zaten revolvers en Geheim Legervlaggen en armbanden in. Ik wist dat toen niet. Ze hebben ze nooitgevonden. Robert (Lydou) heeft ze op zeker moment ergens buitenverstopt ." (Marie-José Formesyn)[1]10Die armbanden zijn van belang voor wanneer de Duitsers overwonnenzullen zijn, dan zal het Geheim Leger moeten instaan voor deordehandhaving.FOTO 8 : de armband van Achiel Formesyn (bevindt zich in hetHADOCK)Op een vragenlijst voor het bekomen van het statuut van PolitiekGevangene, kort na de oorlog ingevuld door Jan lezen we :"Hebt gij afgeleverd : valsche identiteitskaarten? "Ja" Aan wie ? MauriceLagravière.""Die Maurice was een controleur bij de Burgerlijke Stand. Hij wasaangeduid door de Duitsers maar die wisten niet dat het eenverzetsman was. Onze Robert was klein van gestalte voor zijn leeftijd.Op zijn 18 moest mama hem aanbieden op de Burgerlijke Stand.Maurice zei "jij bent nog te klein ventje, ga maar op je moeders schootgaan zitten", wat Robert woest maakte maar het was misschien wel zijnredding, zo werd hij niet opgeëist om te gaan werken in Duitsland."(Marie-José Formesyn)[1]In april of mei 1945, kort voor de bevrijding, stierf ene MauriceLagraviere, geboren 8/1/1914, uit Bredene, in het kamp Sandbostel. Zijnnummer, 49826, wijst op dezelfde trein en moment van aankomst inNeuengamme. Het is dus bijna met zekerheid dezelfde persoon.[22]"Gedurende de jaren 1943 en 1944 is bijzonder gewerkt geweest tot hetbevoorraden van de ondergedokenen en voor de vliegeniers weggestoken11in Varsenare. ....levensmiddelen en geld .... welke alsdan verdeeld werdendoor Jan."[3]"Dezelfde jaren werden verschillende eenzelvigheidskaartenweggenomen op het gemeentehuis van Koekelare door Willy Decru welkegegeven werden aan de ondergedokenen, het was bijna altijd Jan die dekaarten bezorgde aan de mannen. Leon Perdu bestelde ook hier en daareen en deze werden dan geschreven door Jean De Proost"[3]In mei 1944 wordt er een algemene vergunning gegeven om hetSpergebied te mogen verlaten, door de gemeenteoverheid "schein"genaamd. Deze kaarten worden in het Gemeentehuis gepikt door WillyDecru, Secretaris van de Coo (thans OCMW) en bezorgd door Jan enPerdu Leon aan de ondergedokenen. Jean De Proost was de schrijver vanverschillende kaarten.[3]In mei 1944 is het effectief aantal leden 37 man.Op 1 juni 1944 is een gecodeerde boodschap op de BBC te beluisteren:"Message pour la petite Berthe. La frondaison des arbres vous cache levieux moulin." Dit is een door zeer weinig personen gekend vooralarm,binnen de 14 dagen zal de landing plaatsvinden en het GL in actie moetenkomen.[3]Op 6 juni start Operatie Overlord : de landing in Normandië begint.Op 8 juni komt de boodschap op de BBC : "Le roi Salomon a mis ses grossabots" De sabotageacties door het GL moeten beginnen.Gearresteerd.Jan vergadert vanaf juni 1944 zeer geregeld in de woning van AlbericPulinckx, villa Vijveroever, Nieuwe Baan (nu Gistelsesteenweg) inVarsenare.[3]Pulinckx heeft deze zeer omvangrijke villa, gelegen op vele hectarengrond, kunnen kopen dank zij een erfenis van een tante.[29]12De villa van Pullinckx anno 2016Pulinckx is de overste van Jan en op de bijeenkomsten worden ordersdoorgegeven, identiteitskaarten doorgespeeld voor ondergedokenen, gelden wapens uitgewisseld, er wordt gezamenlijk naar de BBC geluisterd...Alberic Vande Cappelle (80), zoon van Alberic Pulinckx en YvonneVande Capelle, vertelt : "Als kind van 9 jaar liep ik daar gewoon rond.Er waren daar vaak veel mensen, ik kende ze wel van zien en vanvoornaam maar dat ben ik nu allemaal wel vergeten. Er warenbesprekingen en vergaderingen van het verzet in de villa. Men luisterdenaar de BBC. Ik liep rond en ik hoorde het maar ik begreep het nietallemaal. Wij hadden een hele grote radio, een radiomeubel, dat hebbenwe ingediend omdat het moest van de Duitsers. Hij was gestockeerdnaast de cinema het Zwart Huis, een opslagplaats waar men al dieradio's opborg. Mijn vader is op één of andere manier aan een kleinradiootje gekomen. Ik weet niet hoe. Ze stopten dat weg en 's avondszaten ze te luisteren naar Radio Londen waarop berichten werdenuitgezonden voor een hele hoop verzetsgroepen maar ook voor de groepwaar mijn vader bij behoorde. Ze kregen ook opdrachten, ze moesten detelefoonlijnen doorsnijden en andere kleine verzetsdaden. "[29]Er zijn ook geregeld ondergedoken "vliegeniers" in het huis van Pulinckxaanwezig. In het dossier van Pulinckx dat ik kon inkijken in depersoonlijke archieven van M. Van Poucke, was er sprake van eenneergestorte bommenwerper boven Aartrijke. Bij nader onderzoek blijkt13dat op 1 juli 1944 om 20u30 een Amerikaanse bommenwerper, een B-24Liberator, B-24H No. 42-52758, met piloot Paul George, neergeschoten isboven de grens Aartrijke-Eernegem. Het toestel heeft de V1 installaties inPas de Calais gebombardeerd en is door de Duitse Flak in brandgeschoten. De bemanningsleden springen er uit. Een drietal wordtgevangen door de Duitsers (en later naar Duitsland gedeporteerd). Deanderen komen in contact met het lokale verzet. Twee van hen, luitenantWhite Jack, de bommenrichter en Laws James, schutter, worden doorFerdinand De Lil op 4 juli naar de woning van Alberic Pulinckxgebracht. Ferdinand, een onderofficier uit Zedelgem, is eveneens een lidvan de groep Varsenare.[3][5] [7]De groep Varsenare van Alberic PulinckxAlberic is geboren op 15 april 1890 in Wachtebeke. Hij meldt zich in augustus 1914 vrijwilligvoor het leger; hij is 24 jaar. Hij dient als onderofficier bij het 4de linieregiment alspatrouilleur4. Pulinckx mag enkele bravourestukken op zijn naam schrijven: hij kelderde inzijn eentje met handgranaten een patrouilleboot van de Duitsers op de IJzer en hijveroverde solo een mitrailleursnest5. Na de oorlog blijft hij onderofficier in de kazerne vanBrugge en gaat in Varsenare wonen. In 1935 wordt hij bevorderd tot adjudant en vraagt zijnvervroegd pensioen aan. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is Alberic 50 jaar.Hij wordt lid van een Brugse verzetsgroep De stoottroepen van Luitenant Jerome. Zekrijgen o.a. als opdracht de spoorwegverbinding Brugge-Oostende te saboteren. Vanaf1943 sluit hij zich met zijn weerstandskern aan bij het Geheim Leger sectorBrugge-Oostende. Op 10 mei 1944 vindt een dropping uit Engeland plaats van een ladingstens bij Velzeke. Enkele daarvan belanden in Varsenare en worden daar door adjudantPulinckx onder zijn kippenhokken weggestoken. Pulinckx staat erom bekend "steeds bereidte zijn alle gevaarlijke karweitjes op te knappen"6."Heel recent, nog maar een paar jaar geleden, kwam de dochter van DeLil bij mij op bezoek om te vragen of ik mee ging op bezoek naarNeuengamme. Zij draagt de vlag van de Oudstrijdersbond bijherdenkingsplechtigheden." (Marie-José Formesyn)[1]6 https://vopgv-brugge.com/getuigenissen/beheyt-rachel geconsulteerd op 4/02/2016 (Website van Vriendenkring vanOorlogswezen van Politieke Gevangenen en verzetsstrijders oorlog 40 – 45 Regio Brugge-Oostkust).5 Interview met de heer Alberic Vande Cappelle (°1935), zoon van Alberic Pulinckx en Yvonne Vande Cappelle, in Brugge op8/02/2016.4 Voorgangers van de huidige paracommando's.14Twee bronnen vermelden dat Jan op 13 juli in de namiddag naar de villavan Pulinckx gaat om er bevelen af te halen. Hij is in het bezit vanoningevulde identiteitskaarten bestemd voor de geallieerde vliegers diePulinckx via een ontsnappingslijn in veiligheid zal brengen.[4] [5]De vliegeniers zijn tegen die datum al per fiets (!) naar Ruddervoordeovergebracht en zullen daar pas in september aan de Canadezenovergedragen worden.[5]De radio operator, Willard Adams, verklaart dat ze zelf al twee pasfoto'sin burgerkledij bij hadden. Binnen de 48 uur zorgde het verzet voor eenidentiteitskaart, een arbeidskaart en ... een kaart van doofstomme.Alberic Vande Cappelle verklaart dat de bemanningsleden van hetvliegtuig enkele dagen voor 12 juli vertrokken. Er zitten wel verschillendemannen ondergedoken in de villa, o.a. Louis Mariën, iemand uitSt-Michiels, een rijkswachter en één van de broers Formesyn. Diemannen kunnen zich vrij bewegen door de grote villa en tuin.[29]De buurman van Pulinckx is Georges Dejans. Hij woont in villaBerkenhof. De grote vijver achteraan loopt doorheen de grond vanPulinckx en van Dejans. De mannen komen goed overeen met elkaar, zezijn beiden Franstalig van geboorte, ze slaan geregeld een praatje aan dehaag. Pulinckx verstopt Stens, afkomstig van een dropping in Velzekeonder zijn duivenhokken. Hij is een groot liefhebber van het kweken vansierduiven en speciale raskippen. Dejans is in elk geval op de hoogte vande stens. Vertelt Pulinckx waar de stens zitten aan Dejans of ziet Dejanshem de stens wegsteken als hij door een gat in de haag loert? Beideverhalen zijn te lezen in getuigenissen in de rechtszaak na de oorlog. Uitdie getuigenissen blijkt ook dat Dejans verschillende mensen in zijn villalaat logeren. Of die ondergedoken zitten is niet duidelijk.Dejans is vulkanisator en handelaar van beroep. Zijn broer heeft eenfabriekje waar hij rubberen fietsbanden produceert. Dejans verkooptfietsbanden door, onder andere aan het verzet.Op donderdag 29 juni 1944 wordt Dejans aangehouden door de GFP.Hij wordt beschuldigd van diefstal van autobanden van het Duitse legeren wordt gevangengezet in de gevangenis, "het Pandreitje" in Brugge.15Zijn vrouw, Y.M. geeft alles door wat ze weet over Pulinckx en het verzetdat samenkomt in Vijveroever. Ze heeft een dochtertje van 2 jaar. DeDuitse Geheime Feldpolizei belooft haar man vrij te laten.De GFP valt de villa van Pulinckx binnen in de nacht van woensdag 12 opdonderdag 13 juli 1944.Alberic Vande Cappelle : "Toen ze binnengevallen zijn sliep ik, het was 'savonds laat en ik lag in mijn bed. Ik ben wakker geworden van hetlawaai, er was enorm veel geroep, getier. Eerst kwam mijn moeder nogmijn kamer binnengevlogen. Ze pakte de radio en gooide hem door hetraam naar buiten. Ik hoorde de Duitsers die het huis omsingelden daaropmerkingen over maken maar ze keken niet verder.Later heb ik een poging gedaan om naar beneden te gaan. Ik stond opde trap in de hall, de deur van de eetplaats stond open, er brandde licht.Mijn vader zat op een stoel met zijn gezicht naar de hall gericht, ik keekvan op de trap en ik zag hem zitten en ik zag dat zijn gezicht bebloedwas. Dat is het laatste wat ik van mijn vader gezien heb. Dan hebben zeiedereen meegenomen, ook mijn moeder, iedereen, behalve mij.Ik ben daar twee dagen alleen in die villa gebleven, ik heb gegeten vanwat ik vond, een stuk brood, een koekje, wat er was. Ik wist wel dat ikfamilie had maar ik wist niet waar ze woonden. Mijn oom is mij komenophalen met zijn fiets. Zij woonden op St-Baafs. Hij was de broer vanmijn moeder. Hij wist maar een dag of twee later van de aanhouding.Hij heeft mij meegenomen naar St Andries en dan ben ik bij mijngrootouders, de ouders van mijn moeder, opgevoed te samen met dezuster van mijn moeder."[29]Ook de moeder van Alberic, Yvonne, wordt opgepakt.Hoe lang de Duitsers in de villa blijven is onduidelijk. Alberic herinnertzich dat ze midden in de nacht iedereen opladen en vertrekken. Hij is erpertinent zeker van dat hij daar twee dagen alleen zat. Van Poucke geeftaan dat De Duitsers er minstens enkele dagen blijven want op zaterdag 15juli, 2 dagen later, wordt onderluitenant Albert Vanhoutte aangehoudenals hij in Villa Vijveroever valse identiteitspapieren komt ophalen.[5]Albert is een fietsenmaker, reserverofficier van het 3de Linieregiment enleider van de groep Oudenburg. Jan had geregeld contact met16Vanhoutte.[30] De echtgenote van Pulinckx, Germaine Van Peene, getuigtdat de Duitsers de villa 8 dagen bezet houden.[4]Jan schrijft dat hij op donderdag om 4u30 aangehouden wordt in devilla.7 Stens en enkele armbanden van het GL worden gevonden.(Uit Rapporten van de Geheime Feldpolizei (1940-1944) : bevestiging van deaanhouding van 17 man, in beslagname van 7 Stens en munitie enarmbanden en kentekens van het GL)[27][2]In Koekelare wordt Achiel zeer ongerust wanneer zijn vader niet naarhuis komt. Achiel ontmoet de volgende dag in Moere een persoon vanOostende die hem vertelt dat zijn vader, Albert Vanhoutte en nog andereleden in Varsenare gevangen zijn genomen.[30]Ook ene Charles Formesyn, loodgieter, wordt aangehouden en terug vrijgelaten bij gebrek aan bewijzen. Samen met zijn broer is hijverantwoordelijk voor de vernietiging van verschillende telefoonlijnen opde baan Brugge-Oostende, Gistel-Torhout en Jabbeke-Oudenaarde envoor het verzamelen van wapens en munitie.[3]Uit onderzoek van de stamboom van de familie Formesyn kan ikconcluderen dat Charles en zijn broer Louis (zie verder in dit verhaal)effectief familieleden zijn van Jan en Achiel. De vader van Jan (Edmond)17en de vader van Louis en Charles (Leopold) waren namelijk neven.[bijlage 1]De groep Pulinckx is de enige groep van het GL in het Brugse die inhanden van de vijand valt met als gevolg dat acht mannen sterven inDuitse concentratiekampen.Op vrijdag 14 juli 1944 worden Jan, Louis Mariën, Alberic Pulinckx,Yvonne Vande Capelle en andere in de villa aanwezigen overgebrachtnaar de gevangenis van Brugge (het "Pandreitje"). In elk geval Jan wordtdaar verschillende keren met geweld door de SS ondervraagd.[2]"Mama (echtgenote Jan), Helena ( echtgenote van Achiel ) en ikmochten een pakje brengen met eten en tabak. 'k zie het nog voor me.We stonden aan de traliehekken van de gevangenispoort, ik als kindtussen mama en Lena, die Duitser deed niet open. Daar achter stond eendrom gevangenen. We moesten het pakje afgeven, mama zei dat ze hetzelf wilde geven en toen riep die soldaat de naam Formesyn. Er gingenveel handen omhoog, maar noch papa, noch Achiel hebben we gezien.We moesten het pakje wel geven en later hoorden we dat papa het nooitgekregen had!" (Marie-José Formesyn)[1]Eén van de ondervraagden slaat door en verklapt de naam en dewoonplaats van de Grote Chef Van Poucke en enkele uren later valt deGFP villa Reigersvliet in Assebroek binnen. Van Poucke kan zich onderhet dak verstoppen en ontkomt. Eén man wordt wel aangehouden in devilla en verschillende mannen moeten onderduiken tot het einde van deoorlog.[5] [6]In totaal worden in Varsenare en Brugge 17 mensen aangehouden.Daar men bij Jan niet ingevulde identiteitskaarten vindt, stelt deFeldgendarmerie in het gemeentehuis van Koekelare een onderzoek in.De bedienden worden aan een streng verhoor onderworpen, ze dreigen18alle bedienden in te sperren in geval het niet uit komt wie deeenzelvigheidskaarten heeft gestolen.[3]Op 20 juli 1944, een goeie week na de aanhouding van Jan, geeft WillyDecru zich vrijwillig aan bij de Duitsers. Hij verklaart dat hij de enigedader was en dat niemand in zijn plaats moet boeten.[5]Hij wordt onmiddellijk aangehouden en in Brugge opgesloten wegens"spionage".[3] [4]"Toen Willy opgepakt werd brachten ze hem eerst nog naar zijn huis omeen huiszoeking te doen. Dat was in een grote Citroën, zo één waarvande deuren verkeerd open gaan. Cecile, zijn dochter, en ik stonden er opte kijken. Tot ter hoogte van Reniers, het kruispunt van de Potelstwegelmet de Bisschophoeksstraat, liepen wij achter die auto. Willy droegaltijd een hoed en die lag op straat. Zijn been zat nog uit de auto toen zewegreden. Cecile riep er huilend achter, roepend naar haar papa."(Marie-José Formesyn)[1]Op dezelfde dag wordt in Brugge Charles Formesyn opnieuwaangehouden en beschuldigd van sabotage en houden van wapens.[3]Op 11 augustus wordt Louis Formesyn, meubelmaker, broer van Charles,opgepakt.[8]Op zaterdag 19 augustus 1944 3-4wordt Achiel aangehouden."'t Was zomer en ik speelde op straat met Maria Blontrock (moeder vanKatrien Portier). We wandelden met onze poppenwagen in deBisschophoekstraat , twee kleine meisjes van 7 jaar.Plots kwam, een legercamion met open laadbak in volle vaart totstilstand op een paar meter van ons. Ze kregen een bevel en sprongen eruit, met hun geweren in aanslag. Wij bleven staan , zonder ons terealiseren dat het bij Helena's huis was. Achiel en Helena woonden inbij haar ouders , het huis waar nu het gedenkteken hangt. Achiel zatondergedoken en kwam één keer om de twee weken naar huis voor eenpaar uur, ze waren pas getrouwd.Achteraf bleek dat de garde, veldwachter L.O.[*], dit al lang had uitgepiept en aangegeven..19De soldaten gingen voor en achter het huis staan. Een paar, waren datof icieren, ik weet het niet, gingen binnen zonder kloppen en een paarminuten daarna sleepten ze Achiel naar buiten en smeten hem op diecamion. De schoonzuster van Achiel, Martha Vanhollebeke was de enigedie in opstand kwam tegen de Duitsers. Ze zei iets van : "Hij is hier niet"... en ze werd op de grond geslagen.Ze brachten Achiel naar het kasteel Het Oosthof in de Ichtegemstraatwaar het hoofdkwartier van de Duitsers was. Hoe lang hij daar wasweet ik niet.Ze hebben hem daar aan een boom gebonden, te kijk voor al wie wildegaan kijken en er waren er veel! Later werd er nooit meer overgesproken in het dorp. Ik was met een meisje van de Bisschophoek meeen stond ook te kijken door de traliehekkens van het kasteel, mama washéél kwaad daarom! (Marie-José Formesyn)[1]Julien Perdu : "Overmaat van ramp was dat Achiel van bij mij naarhuis ging om zich te wassen. Hij zou zo rap mogelijk terugkomen. Ik hebdie jongen nooit meer gezien. Zijn echtgenote Helena Hollebeke kwamongeveer een half uur later wenend bij mij met de mededeling dat Achieldoor de Gestapo opgepakt was en weggevoerd. Hij was amper in zijnwoning toen de Duitsers er binnen vielen en hem meenamen. Het wasvoor mij een rotdag."[30]Op dezelfde dag confronteren de Duitsers Jan met zijn zoon. Jan zit danal 36 dagen gevangen in de gevangenis van Brugge.Ze slaan Achiel voor zijn ogen en ze slaan Jan zijn tanden uit.[2][2]20Op vrijdag 1 september worden volgens Jan in totaal 196 mannen envrouwen, waaronder Jan zelf, Achiel, Willy Decru, Alberic Pulinckx en debroers Formesyn, overgebracht naar de gevangenis van Gent.[2][3][2]De Duitsers voeren 7 camions met gevangenen naar het station vanBrugge. Dejans slaagt er in zijn familie te verwittigen met eensmokkelbriefje.[4]Jan zit dan al 49 dagen in de gevangenis van Brugge.In de gevangenis van Gent zijn alle gevangenen die ervan verdachtworden te zullen ontsnappen per twee aan elkaar geboeid. De Duitsebewakers zijn ontzettend grof en meestal dronken.[4]Vanaf 3 september vervangt Leon Perdu Jan als peletonschef. CharlesDeproost wordt in zijn plaats sectieoverste. Effectief aantal mannen GL :38. Een lid, M.L.[*], wordt uitgesloten omdat hij gewerkt heeft voor devijand in Frankrijk.[3]Gedeporteerd.[2]Op zondag 3 september 1944 worden de gevangenen per trein inbeestenwagons naar Duitsland gebracht. De trein volgt het trajectGent-Leopoldsburg-Bochum-Neuengamme.[4, dossier Willy Decru]Via opzoekingswerk op het internet kwam ik op een getuigenis van Mw.Rachel Nuytten-Beheyt, politiek gevangene, afkomstig van Passendale.Eerst dacht ik dat ze op een gelijkaardig transport zat. " Op 14 augustus werdenwij overgebracht naar de stadsgevangenis in Brugge. De mannen werden er ruw behandeld,21kregen weinig eten en werden met enigen in kleine cellen opgesloten. Wij, vrouwen, werden erdoor de Zusters van Liefde zeer goed behandeld. Toen wij op 1 september naar Gentovergebracht werden, gaven ze ons eten en drank mede. Wij zullen hen steeds dankbaar blijven.Te Gent verbleven we slechts drie dagen. De Partizanen wilden ons bevrijden maar moesten naeen hevig gevecht de strijd staken bij gebrek aan munitie. Onze hoop op verlossing was voorbij.Wij werden door vrouwen sterk bewaakt. In 't midden van de nacht van 3 september werdenwij door briesende mannen, Duitsers en Gestapo 's uit onze cellen gesleurd, op vrachtwagensgeladen , meer erop gegooid dan erop gestapt, en naar het station van Gent gevoerd, waar wijin beestenwagens naar Duitsland vervoerd werden. Gedurende acht dagen hebben wij in diewagons verbleven. Nu eens vooruit dan weer achteruit. Onderweg werden wij regelmatig ondervuur genomen door de vliegers. Bommen ontploften links en rechts van de trein. Eens werd delocomotief getroffen. We waren verplicht de wagons te verlaten en het bos in te vluchten. Zodrade laagvliegende vliegers bemerkten dat ze met opgeëisten te doen hadden, staakten zij hetvuren. Eindelijk landden we te Bocholt aan. We waren hier nog allen samen. We verbleven ertwee dagen. Nu werden de achtendertig vrouwen afgezonderd met Ravensbrück alsbestemming, terwijl de 145 mannen naar Neuengamme werden doorgestuurd." [ 11]Rachel verliest haar broer en haar vader in Neuengamme. Verschillendemannen van de streek van Passendale worden ook weggevoerd.Ik nam contact met de "Vriendenkring van Neuengamme" met de vraagof zij wisten met welk transport precies Jan en Achiel naar Neuengammevervoerd werden. Ik kreeg als antwoord : "Het Totenbuch Neuengammevermeldt:"09-1944, waar vandaan is onbekend, (Belgen en Fransen), 260mannen aangekomen in Neuengamme, kampnummers tussen 49870 en50130."[24]Wanneer ik de kampnummers van de gevangenen op een rij zet :Marcel Beheyt (broer Rachel) : 49906Gaston Vermeulen (vriend Rachel) : 49909Henri Beheyt (vader Rachel) : 49908André Missiaen (vriend Rachel) : 49901Pierre Ollevier (boer uit Passendale) : 49910Gaston Ollevier (boer uit Passendale) : 49907Gérard Olllevier : 49911 (boer uit Passendale)Léon Ollevier (boer uit Passendale) : 49905Achiel Formesyn : 49898Willy Decru : 49897Alberic Pulinckx : 49878Charles Formesyn : 4993422Ferdinand De Lil : 49893Georges Dejans : 49914Jan Formesyn : 49899[12], dan kan ik met zekerheid concluderen dat dezemannen op dezelfde trein zaten als Rachel. Hetgeen ze vertelt vult dushet verhaal van Jan aan.Pas enkele weken voor de deadline voor het indienen van dit verhaalontdekte ik de zoon van A. Pulinckx, Alberic Vande Capelle. Toen ik heminterviewde vielen nog meer puzzelstukken op hun plaats. De moeder vanAlberic, Yvonne Vande Cappelle, werd namelijk gedeporteerd naarRavensbrück. Daar werd ze beste vriendinnen met Rachel Beheyt.Alberic : " Mijn moeder heeft me verteld dat ze in Gent in de verte mijnvader gezien heeft, ze hebben nog gezwaaid maar ze werden inverschillende treinen gestopt. Dat is de laatste keer dat ze mijn vadergezien heeft. Ze is dan getransporteerd naar Ravensbrück en mijnvader naar Neuengamme. Er zijn er twee of drie ontsnapt uit die trein,moeder heeft dat altijd verteld. Ze is teruggekeerd via Zweden, zewerden uitgewisseld voor Duitse krijgsgevangenen. Moeder heeft na deoorlog contact blijven houden met Rachel. We zijn daar meerdere malenop bezoek geweest, dat was een boerderij, ik sliep daar eens twee dagen.Rachel leerde mijn moeder insecten eten. "[4]Er is enige verwarring rond "Bo(e)chum" en "Bocholt". "Bochum" is eensubkamp van Buchenwald en ligt op de weg naar Hamburg. "Bochum" isechter ook een stad in het Ruhrgebied. Aan de andere kant wordt ook"Bocholt" bevestigd in verschillende archiefstukken.[4] Bocholt is eendorp in Limburg maar ook een klein stadje in Duitsland. Ik ga er van uit23dat Jan effectief stopte in één van de twee "Bochum"plaatsen inDuitsland en dat er onder de gevangenen enige spraakverwarring isOndertussen in Koekelare ...3 september 1944: De rest van de groep Geheim Leger Koekelare saboteert verder. Achtleden vergaderen en trekken naar het munitiedepot (de Duitse Put) in de bossen vanKoekelare. De Duitse wachtpost bestaat uit 1 Feldgendarm en 8 soldaten. De groep wil inhet bezit komen van de wapens van de Duitsers "daar zij zelf enkel beschikken over enigeoude revolvers die gedurende 4 jaren in den grond gestopt zaten". Rond 10 uur 'smorgens begeven ze zich op weg. Ze snijden alle telefoonlijnen door die verbinding gevenvanuit de munitieopslagplaats, richtingen Diksmuide, Torhout en Oostende. Ook nemen zealle straatborden weg die de richting aanduiden van de opslagplaats. Naonderhandelingen, bedreigingen en belofte van goede verzorging laten de 9 Duitsers zichgevangennemen. Ze worden onmiddellijk ontwapend; acht geweren, tweemachinegeweren, een kist handgranaten en munitie en een revolver worden buitgemaakt.De Duitsers worden in een afgelegen hoeve in een schuur ondergebracht, waar ze dag ennacht bewaakt worden. In de namiddag inspecteert een Duits officier het munitiedepot. Eenuur later komt hij terug met een 10-tal Duitsers om de voornaamste voorraden tevernietigen. Dezelfde nacht worden de gevangenen naar een andere schuilplaats gebracht.Daar verblijven ze tot na de bevrijding vanwaar ze naar Oostende gebracht worden en aande geallieerden overgegeven. Er zijn geen strafmaatregelen van de Duitsers tegen debevolking geweest.Op 5 september probeert de oorlogsburgemeester Remi Volcke te ontsnappen. JulesDefraeye en Gustaaf Hindryckx gaan er achteraan. Er wordt geschoten in de Lekestraat terhoogte van de dreef van Maurice Deketelaere. Gustaaf Hindrycks is gewond(dijbeenbreuk)"door de nazi-burgemeester", die gans zijn lader leegvuurde.Op 7 september wordt Diksmuide bevrijd en waarschijnlijk ook Koekelare. Op 10september volgt er nog een aanhouding van een 8-tal Duitsers. Een ervan gooit eengranaat en Roger Willaert is een oog kwijt7.tussen deze namen. Als de trein op 14 september in Bochum arriveert ishij dan al 11 dagen onderweg.[2] Elf dagen in gesloten beestenwagonszonder sanitair.Dat de gevangenen nog vervoerd worden naar Duitsland is eenongelooflijke tegenslag. Brussel wordt op dezelfde dag bevrijd,7 Johnny VANHEE, Etienne SIERENS, De laatste bange minuten voor de vliegtuig crash nabij de Doolbos te Eernegem, pdfdocument bekegem.be/wp-content/uploads/2015/05/Crash.pdf geconsulteerd op 4/02/2016.24Antwerpen 1 dag later. De allerlaatste treinen met gevangenen glippennog weg... Op 15 september rijdt de trein door naar Hamburg.[3]Situering van NeuengammeHet concentratiekamp Neuengamme nabij Hamburg werd gebruikt vanaf juni 1940. Degedeporteerden naar het kamp waren afkomstig uit 28 landen. Het warenkrijgsgevangenen, gijzelaars, verzetsstrijders, Joden, zigeuners, homoseksuelen enJehova's getuigen. Alle politiek gevangenen kwamen in Neuengamme terecht. Onder deRussen en Polen bevonden zich een aanzienlijk aantal misdadigers die na de veroveringvan hun land hier terecht gekomen waren8.Er zaten te veel mensen in de barakken. Er was nauwelijks sanitair. Men kreeg zeer weinigeten. Neuengamme stond bekend als een 'werkkamp'. De hele dag was zo strikt ingedeelddat er nauwelijks een vrije minuut overbleef. Het werk bestond -buiten de steenfabriek ophet terrein zelf- uit werkzaamheden voor Walther (pistolen), Borgward (vrachtwagens),Volkswagen, IG Farben (chemicaliën), Blohm & Voss (scheepswerf), Drager (gasmaskers),Continental (vrachtwagenbanden), een zoutfabriek in Hamburg en sloopwerken nabombardementen.In Neuengamme waren er geen gaskamers zoals in Auschwitz. Toch stierven er meer dan50.000 mensen door executie, marteling, epidemieën en tekort aan voedsel. Tijdens deoorlog verbleven ongeveer 106.000 mensen in Neuengamme, waaronder 4.800 Belgen. Inde winter van 1944-1945 stierven 1.700 mensen per maand. In de laatste weken vóór debevrijding overleden 15.000 gevangenen.Ook was er een apart kamp voor vrouwen ingericht.Begin april 1945 ging het nieuws door het kamp dat de bevrijders naderden. Helaas nietvoor Neuengamme. Op 20 april moest iedereen zich klaar maken voor vertrek. Velenwerden weer in de goederenwagens gepropt en vertrokken richting Lübeck. Anderengingen te voet die richting uit. Tijdens deze 'dodenmars' sterven er velen van uitputting;hun conditie was immers al ondermijnd. Wie langs de kant van de weg uitviel werd door deSS doodgeschoten.In Lübeck werden duizenden gevangenen in drie schepen ingeladen.8 Pieter DEKKER, Gert VAN DOMPSELER, interview met Cornelis Bos op 16-12-2014.25Op 3 mei 1945 worden de Cap Arcona, de Thielbeck en de Athen aangevallen door enkelesquadrons Engelse Typhoon jagers. Deze wisten niet dat de schepen vol gevangenenzaten. De Thielbeck vloog direct in brand en kapseisde na een kwartier. De Cap Arconableef nog dagen branden. Van diegenen, die kans hadden gezien in het ijskoude water tespringen, verdronken er velen. Wie aan wal kon komen werd neergeschoten door de SS.Bij deze ramp kwamen meer dan 7.000 gevangenen om. Slecht enkelen overleefden. Totmaanden nadien spoelden er nog lijken aan op de standen van de Lübeckerbocht.Na de oorlog werd Neuengamme gebruikt om leden van de SS, Wehrmachtsoldaten enleden van de nazipartij op te sluiten9.Op zaterdag 16 september worden de gevangenen overgebracht naar hetconcentratiekamp Neuengamme, 18 kilometer ten zuidoosten vanHamburg.Wanneer ze aankomen moeten ze alle persoonlijke bezittingen afgeven.[2]FOTO 10 : Dit is het originele plaatje dat Jan in KZ Neuengamme moest dragen.9 Open Online Archief Memorial Site KZ Neuengamme, Hans Fiekers geconsulteerd op 4/02/2016; David ROUSSET, Les joursde notre mort,1947.26Gaston Vandekerckhove, ook gevangene in Neuengamme : "Daarnamoesten we stuk voor stuk met de rug op een vleesblok gaan liggen,armen en benen open. Tot het laatste haartje werd van ons lichaamgeschoren door medegevangenen die in deze blok werkten alshaarkapper. En dan onder het stortbad, eerst een straal kokend heetwater, daarna ijskoud. En de Kapo's maar roepen "Schnell! Schnell!"Zonder ons af te drogen moesten we naar een andere plaats waar weeen zebra-kostuum, een soort pyjama, kregen om aan te trekken meteen rode driehoek en een nummer op de borst. De rode driehoek was hetteken van de politiek gevangenen."[13]De misdadigers kregen een groene driehoek, de Getuigen van Jehova eenpaarse driehoek, de daklozen een zwarte, de zigeuners een bruine, deSpanje-strijders een blauwe, dehomoseksuelen kregen een roze driehoek en de joden werden getekenddoor de overbekende gele ster.[23]Op 24 september worden Jan en Achiel overgebracht naar Hamburg"Tessahove". Ze doen er dwangarbeid in de fabriek Sel.27[2]Bij het nalezen van het dossier van Willy Decru botste ik op een"commando Hamburg Dessauer-Ufer". Dat was gelegen in hethavengebied van Hamburg. Na advies van Yasemin Savran van hetArchief van Neuengamme Concentration Camp Memorial en GerritAssies, Secretaris van de Stichting Vriendenkring van Neuengamme kanik besluiten dat Jan met "Tesa hove" "Dessa uer-Ufer " bedoelde. Eenandere gevangene heeft het over "Dessau-oever", wat de verspreking nogaannemelijker maakt. De fabriek "Sel" waar hij ketels moest kuisen is deraffinaderij "Shell" die daar gevestigd was.[4]Op 25 oktober verliezen Jan en Achiel elkaar uit het oog.[2]"Papa sprak vaak over de "spollingstrasse""(Marie-José Formesyn)[1]Ik herinner me persoonlijk dat hij me als kind vaak vertelde dat hij hadmoeten overleven van het eten van dode ratten en rotte aardappelen."Wanneer ik als kind mijn bord niet uit kreeg dan vertelde mijn vaderaltijd van die keren dat hij naar zijn werkplek in Neuengamme moestmarcheren. De Duitse vrouwen hadden compassie en ze gooiden hunaardappelschillen op straat zodat de gevangenen ze konden oprapen enopeten. Wanneer de bewakers het zagen kregen ze slagen en trappen."(Marie-José Formesyn) [1]28[2]Volgens een teruggevonden Duitse lijst die de namen van 300 Belgengestorven in Neuengamme vermeldt is Alberic Pulinckx op 14 november1944 om 8u10 aan hartfalen gestorven.[3]8 van de 17 mannen die in de zaak Varsenare opgepakt werden stiervenin Neuengamme.[8]Louis Formesyn sterft op 23 december in kamp Versen bij Meppen, eenbuitenkamp van Neuengamme. Gevangenen uit het concentratiekampNeuengamme worden daar pas geplaatst vanaf november 1944. Dearbeidsomstandigheden zijn er nog slechter. Van half november 1944 tothalf januari 1945 regent het er bijna onafgebroken wat heel veelgevangenen het leven kost.[14]Situering SpaldingstraßeHet grootste satellietkamp van het concentratiekamp Neuengamme bestond van oktober1944 tot april 1945. Het kamp was gevestigd in het historische Sint-George kasteel inHamburg. Het was gelegen aan één van de drukste verkeersaders van de stad. Deomliggende wijk was door bombardementen vrijwel totaal verwoest maar het Sint-Georgekasteel bleef overeind. Er was door de bombardementen bijna geen watertoevoerwaardoor er geen toiletten werkten. De 2.000 gevangenen die er werkten en verblevenmoesten het stellen met een bad waar nog watertoevoer in was. De ramen van het gebouwwaren dichtgemetseld en de uitgangen werden door SS bewaakt. De meeste gevangenenwaren Russen, Polen, Fransen, Belgen, Denen, Tsjechen en Duitsers. Ze sliepen in eenafgesloten ruimte op de verdiepingen 2-5. Op de zesde verdieping was een ziekenboeg.De gevangenen werden gewekt om 04:30. Daarna volgde er inspectie aan bed, ontbijt,bestaande uit enkel en alleen eikelkoffie, appel op de binnenplaats van het kasteel en deindeling van de gedetineerden in werkploegen.De meeste mannen van Hamburg waren in militaire dienst waardoor er geen werknemersmeer overbleven. De concentratiekampgevangenen werden daarom ingeschakeld. Meestalging het over puin ruimen. Hamburg was in de afgelopen tijd immens zwaargebombardeerd. Het zoeken en onschadelijk maken van mijnen en niet-ontplofte bommen29was bijzonder gevaarlijk. Er moest ook vaak aan de spoorweg gewerkt worden, ongeachthet weer buiten. De gevangenen hadden permanent honger. Op den duur aten ze bladerenvan de bomen en probeerden ze onderweg naar een werkopdracht iets uit vuilnisbakken testelen. Veel gevangenen stierven van de honger.De Spaldingstraße was het satellietkamp van concentratiekamp Neuengamme met hethoogste aantal slachtoffers. Naar schatting zijn er ongeveer 800 van de 2.000 gevangenengestorven, waarvan 300 in de maand december 1944. Na elke werkdag werden de dodennaar het gebouw terug gedragen. Sommige gevangenen werden doodgeslagen door debewakers of stierven van volledige uitputting. De lichamen legde men in een kamer op hetgelijkvloers. Elke week werden de lijken door de levenden naar Neuengamme vervoerdwaar ze in het crematorium werden verbrand.De ontruiming van het kamp begon half april 1945. De gevangenen moesten te voet of pervrachtwagen naar het kamp Sandbostel nabij Bremen, waar nog velen stierven van ziekte,uitputting of honger10.Kerstmis.[2]Werken tot de dood.Belle Amie, z'n kampbeulBelle Amie11, de SS'er waar Jan het over heeft, heet in werkelijkheid Hans Fiekers. Deze31-jarige was voor de oorlog kelner in een café. Hij is gehuwd en heeft twee kinderen. Hij iseen veteraan met de rang van Obergefreiter, die vocht in Polen, Frankrijk, de Balkan enRusland. Pas vanaf juni 1944 wordt hij bewaker in Neuengamme. Hij werd er door zijnbrutaliteit binnen de kortste keren Blockführer. In december 1944 is hij bewaker vanHamburg Spaldingstraße. Zijn bijnamen zijn Bel Ami, Totschläger en Kellner. Hij was een11 JF.10 Gulden Boek van de Belgische Weerstand, Commissie Voor De Historiek Van De Weerstand, uitgeverijLeclercq Brussel.30echte sadist die de gevangenen bij het minste tot 100 slagen gaf met zijn gummiknuppel.Fiekers mishandelde meerdere gevangenen zeer ernstig; sommigen sloeg hij dood.Na de oorlog ging Fiekers in Dusseldorf wonen. Hij leefde daar onder een valse naam alshotelmanager (Hans Groters). In 1950 onthulde hij zijn identiteit bij de politie. Ondanksdiverse belastende verklaringen van ex-gevangenen bij twee rechtszaken werd hij nooitveroordeeld12.[2]De dood van Achiel en Willy.12 Open Online Archief Memorial Site KZ Neuengamme, Hans Fiekers geconsulteerd op 4/02/2016.31Jan en Achiel zijn elkaar uit het oog verloren. Jan maakt melding in zijnbrief dat hij op 25 oktober 1944 voor de eerste maal gescheiden werd vanAchiel. Op een Rode Kruis "Aanvraag tot nasporing" staat Formesyn A."très malade à la date du 8/1/1945"[4]Op 11 januari 1945 overlijdt Achiel in het kamp van Neuengamme. Hij is23 jaar oud. Op een fiche van het Rode Kruis is hij genoteerd als 'taylor'met de naam "Formasyn". Daarop staat de oorzaak van overlijden :"tuberculosis of the lungs"[16] De meeste archieven van KZ Neuengammewerden kort voor de bevrijding door de SS vernietigd. Eén document inde resterende archieven vermeldt "Lungenentzündung" als doodsoorzaakdoch de archivaris van het Neuengamme Camp Memorial Archive,Yasemin Savran wijst er op dat de SS een lijst met ziekten hanteerden omde echte doodsoorzaken te maskeren : honger, slagen en verwondingenen totale uitputting door het extreem zware werk.[25] (Een getuige die ookgevangen zat in Neuengamme zegt hetzelfde : "Al wie hier gek werd,kreeg een dodelijke inspuiting, dat was algemeen geweten. Men stierf danaan "longoedeem". " )[26] Dat document, het "SterberegisterSonderstandesamt", werd ingevuld door ene Otto von Apenburg. Dieman was geen SS maar een ambtenaar die alle registers vanNeuengamme nauwgezet bijhield. Hij verdronk toen hij zich toegangprobeerde te verschaffen tot een reddingsboot op de Cap Arcona (ziekader "Situering van Neuengamme" hierboven.) Een Duitse soldaat sloeghem met de kolf van zijn geweer overboord.32FOTO 12 : overlijdensakteAchielOp de NeuengammeProperty List vinden weAchiel Formesyn, nr49898, "Besselkophoek"20, Koekelare : 7 stamps.[21] Zeven postzegels, dat ishet volledige bezit vanAchiel wanneer hij sterft."De postzegels en detrouwring van Achiel enLena werden na de oorlogteruggezonden naar huis"(Marie-José Formesyn)[1][21(FOTO 13 : ook op deze lijst net boven Achiel : Ferdinand de Lil, ook gearresteerd in Varsenare)Ik heb ook de overlijdensakte van Achiel teruggevonden : overleden op11 januari 1945 om 3 uur in Hausdeich 60, Neuengamme aanlongonsteking.[16]Op dat adres is een groep gebouwen die een oude steenfabriek vormen.33In de jaren 1942 tot 1944 wordt een nieuwe fabriek voor het bakken vanklinkers gebouwd en bevolkt door gevangenen. De klei wordt ter plaatseopgegraven, wat onmenselijk zwaar buitenwerk betekent.[19]Het is waarschijnlijk zo dat Achiel van oktober 1944 tot januari 1945 inde steenfabriek moet werken en verblijven terwijl Jan in deSpallingstrasse is. Er was op die manier geen mogelijkheid om in contactte komen met elkaar. Jan is tot na zijn thuiskomst niet op de hoogte vanhet lot van zijn zoon. (zie verder) Hij blijft wel altijd zeggen dat Achiel"vlak bij de pomp gestorven moet zijn" (Marie-José Formesyn)[1]FOTO 14 : herdenkingsspeldje Achiel FormesynOp het "Formulier terug te geven aan het Belgische Commissariaat voorRepatriëring Brussel" lezen we : "Nr. van de grafstede : geene(verbrand)"[4]Georges Dejans sterft op 13 januari 1945 om 7 uur in NeuengammeHausdeich aan "allgemeine Herzschwäche".[4]34Willy Decru wordt bij zijn aankomst in Neuengamme eerst ingedeeld inhet Commando Dessauer Ufer, Lagerhaus G. Dat is een pakhuis in dehaven van Hamburg. Van daar uit worden de gevangenen ingezet omgebombardeerde gebouwen op te ruimen. De gevreesde SS "Belle Amie"(zie kader) is hier ook bij de kampleiding. Op 25 oktober 1944 wordt ditsubkamp zwaar gebombardeerd door de geallieerden.[4]Op een Tracing List van het Amerikaans leger uit 1948 en op een doorzijn echtgenote ingevulde Opzoekingskaart lezen we dat Willy door Janhet laatst gezien is in januari 1945 in de "Spellingstrasse".[4]Op 7 maart 1945 om 2 uur 15, 8 weken voor de bevrijding, sterft ookWilly Decru in Hausdeich 60, Neuengamme.[4] Willy is 33 jaar. Oorzaakvan overlijden : onbekend.FOTO 15 : Willy Decru rond 1940Op 21 maart overlijdt Louis Formesyn, broer van Charles, in BergenBelsen. Hij is 31 jaar oud.[8]Dodenmars naar Sandbostel.35[2]Begin april 1945. De geallieerden komen dichterbij en alle gevangenenmoeten vluchten. Vanuit het oosten rukken de Russen op en in hetwesten de Amerikanen, Britten en Canadezen. De SS wil de sporen naarde concentratiekampen en de Holocaust laten verdwijnen. Ze bedenkende dodenmarsen.Jan maakt een dodenmars mee van de Spaldingstraße naar Sandbostel,deels met een trein, deels te voet, een goeie 70 kilometer verder. Voor detotaal uitgemergelde gevangenen is deze mars vér over het einde van hunkrachten. Wie niet kan volgen wordt doodgeschoten langs de kant van deweg.Stalag XB (stalag = Mannschaftsstammlager) Sandbostel is eenkrijgsgevangenenkamp dat gelegen is in de plaats Sandbostel inNedersaksen.Tussen 1939 en 1945 werden 313.273 krijgsgevangenen gedeporteerdnaar Sandbostel. In Stalag X B stierven 5162 van hen en nog veel meer inwerkdetachementen en de omgeving. (8bis)De plaats "SUHEE" heb ik niet kunnen terugvinden, ze is ook bij hetArchief van Neuengamme Camp Memorial niet bekend.Ronald Sperling, Archivaris van Memorial Sandbostel : "More than 4transports with train came from Hamburg to Bremervörde and the lastway to the prisoner of war camp by feet. One of the mass graves forconcentration camp members in Sandbostel were out of the camp andhere they buried the deceased persons shortly before the liberation.More than 300 persons were shot in a hunger revolt in the camp, othersdied on the lack of food. We don ́t know anything about the word Suheebut we can report about the mass graves by the camp."
Op 20 april 1945 sterft Charles Formesyn in Sandbostel, 35 jaar oud, negen dagen voor de bevrijding. [3]
Bevrijding
Op 29 april, enkele weken na het begin van de dodentocht, wordt Sandbostel door de Canadezen bevrijd. Het kamp ligt vol lijken.
[2]
Deze getuigenis van Cornelis Bos (91) op 16-12-2014 vult het verhaal van Jan aan:
"In Sandbostel zaten veel Fransen en Russen. Het was eind april 1945. Ik kreeg een muts en een broek van een Fransman. Door de luidspreker werd geroepen dat Fransen, Belgen en Nederlanders werden overgedragen aan de Amerikanen. Ik vertrouwde het niet en ging niet mee. Het was een leugen. Volgens mij is dat transport nooit meer teruggekeerd."
"Op een dag waren de SS'ers weg. Met een grote groep gingen we de keuken overvallen. Russen, Fransen en beslist ook Puttenaren deden mee. Een kluwen van mensen. Er werd zelfs geschoten. Ik kreeg een brood te pakken en wikkelde het in een doek, maar een Rus griste het uit mijn handen. Mijn broekzakken had ik vol jam gestoken, maar het bleek dat er geen zakken in de broek zaten. De jam liep langs mijn benen."
"Op het moment dat we de eerste Canadese soldaten zagen, zwol er een gejuich aan dat ik nooit zal vergeten."
[20]
Ik wil iedereen ook aanraden deze indrukwekkende film te bekijken over de bevrijding van Sandbostel:
https://www.youtube.com/watch?v=apXACviQV7I
Begin mei wordt Jan naar een veldhospitaal gebracht, waar hij gewassen en verzorgd wordt.
[2]
"Een van de eerste dingen die mijn vader tegen mij zei toen hij thuiskwam was: 'Jij gaat verpleegster worden.' Hij was verzorgd door Canadese en Britse verpleegsters en was daar zeer lovend over. Ik ben verpleegster geworden, er was sindsdien geen andere optie." (Marie-José Formesyn)
[1]
Ondertussen heerst er op het thuisfront in Koekelare, dat al negen maanden bevrijd is, grote onzekerheid. Madeleine kreeg een bericht van het Rode Kruis dat Jan 'nog in leven is'. Verder weet niemand wat er van Achiel en Willy geworden is. Leven ze nog of zijn ze dood?
"De vrouw van Willy Decru (Rachel Serpieters), mama (Madeleine Verlinde) en Lena Vanhollebeke (echtgenote van Achiel), drie vrouwen, stonden elke dag aan het huisje in de Potelstwegel nummer 9 de facteur op te wachten voor nieuws. Elke dag schudde die zijn hoofd van nee."
(Marie-José Formesyn)
[1]
Madeleine en Lena overleefden die maanden door het werk van Jan over te nemen.
"Lena en mama deden al die tijd dat papa weg was de ziekenbond. Meer dan twintig gemeenten, tot De Panne, met de fiets. Van die oorlogsfietsen, soms zonder banden… Ze waren dus elke dag weg en héél laat thuis. Ik zat dan als klein kind 's avonds in het donker op mama te wachten, buiten op de dorpel."
(Marie-José Formesyn)
[1]
Bij elk gewond slachtoffer wordt een Field Medical Card Form 3118 in een envelop met een touwtje aan zijn kleren bevestigd. Het blijft bij de gewonde doorheen de 'keten van evacuatie' en eventueel tot in het thuisland. Het wordt uitgereikt door het RAMC, het Britse Royal Army Medical Corps.
Op de kaart van Jan staat op 18 mei genoteerd:
"Hart en longen: BAD / Actief schurft, in behandeling / Gewicht: 39,5 kilo."
[3]
Op 19 mei wordt Jan verplaatst naar Marine Camp Zeven. In het dorp Zeven, ten zuiden van Hamburg, zijn verschillende DP-camps (Displaced Persons Camps).
Zijn Field Medical Card wordt daar aangevuld op 21 mei:
"Gewicht: 36,5 kilo / schurft clean."
[4]
Op 22 mei wordt Jan ontslagen uit Marine Camp Zeven.
[16]
Waar hij de volgende week verblijft is onduidelijk; een document wijst in de richting van een Displaced Persons Camp in Schwanewede, een stad meer zuidelijk.
[16]
Jan wordt een laatste keer geïnspecteerd voor hij naar huis mag:
"Affaiblissement, anémie, … vitamine, bronchite chronique."
[4]
We vinden stempels op 29 mei van het Verzamelcentrum Herentals, Belgisch Commissariaat voor Repatriëring, Centrum 75 Herentals.
[4]
Bij het binnenkomen van België moet Jan een formulier van vijf bladzijden invullen waarop hij moet aangeven hoeveel Belgisch, Duits of ander geld hij het land binnenbrengt (Operatie Gutt). Jan kan niets invullen…
[4]
Thuiskomst
Op dinsdag 29 mei 1945 komt Jan thuis na negen maanden gevangenschap. Het is de verjaardag van zijn dochter. Toen hij opgepakt werd, woog hij 86 kilo. Bij zijn thuiskomst: 39.
[2]
"'s Morgens was het omgeroepen geweest op de radio dat papa naar huis zou komen. Lena Portier, bij wie ik op school zat, had dat gehoord en ze zei: 'Je papa komt vandaag naar huis.' Ik was op school en ik mocht direct naar huis.
Ze kwamen met vijf naar huis in een ambulance. De eerste die afgezet werd, was een Waal, en zijn vrouw was er ondertussen met een ander vandoor; ze wist niet dat hij nog leefde.
De voorlaatste was Alfons, een smid uit Wingene. Ze hoorden paarden beslaan; het was namelijk Alfons zijn vrouw die bezig was. Jan liet zich afzetten bij nonkel Henri (Vantyghem) in de Veldstraat, die meteen het muziek verwittigde.
Mijn broer Achiel was timmerman en had voor mij, zijn zusje dat zestien jaar jonger was, een slaapkamertje gemaakt, met kast en al, voor haar poppen. Niemand had zoiets! Op 29 mei 1945 was ik met een vriendinnetje met mijn popjes aan 't spelen in 't waskot van mama. Toen kwam er opeens een bericht: Jantje komt thuis!
Inderdaad, we hoorden muziek en veel stemmen. Mama liep langs de poort naar voren en ik en mijn vriendinnetje erachteraan.
Ik zag een magere man, zonder tanden en in een pyjama op sloefen. Hij was kaal geschoren en had puisten op zijn hoofd. Mama weende en ik weende mee. Ik herkende hem niet. Papa weende omdat ik hem niet herkende."
Robert was weer eens op scherpe lucht; hij kwam pas uren later thuis. Toen zijn er zoveel mensen gekomen. Ik zat uren op de bovenste tree van de trap en kon niet naar beneden.
Het hele huis stond van buiten vol met bloemen die de mensen meebrachten om die man te zien. We hadden een hele mand eieren gekregen. Het liep als een vuur dat Jantje vrij was, en zo kwamen ze op de wegel (de Potelstwegel, toen zo'n 50 cm breed) toe met honderden mensen en 't muziek.
Wij hadden vooraan een moestuin van zo'n 2,5 are en een grote pruimenboom naast de waterput, dicht bij het huis. Na die invasie van honderden mensen stond er niets meer op het land. Ze kropen zelfs in de pruimenboom om een glimp te zien van die overlevende uit de kampen, waar iedereen van sprak.
Later op de dag kwam dokter Etienne Proot. Hij duwde iedereen naar buiten en onderzocht papa. Hij deed vaststellingen, zei hij, voor later. Hij zei dat papa heel voorzichtig moest zijn met eten: weinig eten de eerste dagen om te beginnen, zijn gestel kon dat niet meer aan. Papa zei tegen iedereen: 'Heb je dat nu nog geweten, niet veel mogen eten…'
(Marie-José Formesyn)
NA DE OORLOG
Op 4 juni komt de overste van Jan, Michel Van Poucke, op bezoek en hij vertelt dat hij is kunnen wegkomen. De Duitsers plaatsten een som van anderhalf miljoen frank op zijn hoofd en toch is hij steeds kunnen ontsnappen.
[2]
Op 6 juni verstuurt Jan een brief aan het Rode Kruis met een bede om zijn zoon terug te vinden.
[4]
Op 11 augustus bevestigt het Nationale Rode Kruis in een brief aan Jan dat Achiel overleden is op 11/1/45 in het kamp van Neuengamme.
[4]
Jan herstelt grotendeels en hervat op 1 december zijn werk bij de Bond Moyson.
[4]
Hij blijft de rest van zijn leven hart- en longpatiënt.
Het Ministerie van Landsverdediging, Dienst van den Weerstand, kent op 31 maart 1947 aan Jan het statuut van Gewapende Weerstander toe.
FOTO 21
De echtgenote van Georges Dejans, Y.M., wordt kort na de oorlog door de rechtbank veroordeeld tot levenslange hechtenis en opgesloten. Haar dochter, C.M., wordt opgevoed door haar oom, een verzekeringsagent uit Sint-Andries. In 1952 doet die als voogd een aanvraag bij de Aanvaardingscommissie voor Politieke Gevangenen en hun Rechthebbenden om te verkrijgen dat Georges het statuut krijgt van Politiek Gevangene en dat zijn dochter daarvoor een vergoeding zou krijgen. De Commissie beslist in december 1952 dat dit niet kan. Er zijn te veel getuigen die verklaren dat Dejans een gunstregime genoot in Gent en in Neuengamme. Bij de hoofdgetuigen zijn Jan Formesyn en Louis Mariën. In februari 1953 gaat de voogd van C.M. in beroep. In november 1956 is de uitspraak opnieuw negatief. Ze trekken de zaak voor de Raad van State en die beslist in 1960 dat de Aanvaardingscommissie niet regelmatig was samengesteld. Georges Dejans krijgt het statuut van Politiek Gevangene niet, zijn dochter krijgt wel een vergoeding. Zijn echtgenote komt vervroegd vrij en vestigt zich in Wallonië.
[4]
"In het jaar 1949 wordt er vanuit Duitsland gevraagd aan Lena of de overblijfselen van Achiel overgebracht moeten worden. Prijs: 10.000 frank. Jan weigert: 'De smeerlappen kunnen er gelijk wat in steken.' In de plaats daarvan wordt een gedenkteken opgericht in de gevel van het huis van Lena."
(Marie-José Formesyn)
[1]
FOTO 22
FOTO 23
Het grote monument dat nu links naast de kerk staat, is in 1946 betaald door de Bond voor Oudstrijders. Ze hebben daar menig bal voor moeten organiseren.
Jan wordt onderscheiden met diverse medailles, waarvan de voornaamste:
"Ridder in de Orde van Leopold II met palm",
"Oorlogskruis 1940 met palm"
en de "Medaille van de Weerstand, besluit van de Prins Regent van 30 januari 1947".
Achiel en Willy krijgen deze medailles postuum.
Jan bezoekt halfweg de jaren 50 het concentratiekamp Neuengamme, samen met de vrouw van Achiel, Lena.
Jan Formesyn werkt nog tot aan zijn pensioen in 1964 voor de Bond Moyson.
Foto 24: oorkonde van generaal Pire.
Foto 25: stoet met de manschappen van het Geheim Leger ter inhuldiging van het monument in 1946. De vlaggendrager was een Devreker die vluchtte naar Engeland en daarna met de Engelsen meevocht.
Foto 26: rechts Lena Vanhollebeke, Madeleine Verlinde en Marie-José Formesyn; de eerstvolgende is Jan Formesyn. Midden op de foto Leon Perdu, schuin links achter hem Omer Hindrickx en de eerstvolgende is Marcel Logghe.
Jan stierf op 22 april 1984 in Torhout op de leeftijd van 85 jaar.
[2]
Hij werd in Koekelare begraven met militaire eer.
Nawoord
Het moet me van het hart: tijdens het schrijven en onderzoeken heb ik talloze keren gevloekt om de immense tegenslagen die Jan, Achiel, Willy en de mannen van Varsenare getroffen hebben. Was die bommenwerper niet gecrasht in Aartrijke, had Jan die bewuste avond in juli '44 niet aangeklopt aan de villa in Varsenare, had hij die identiteitskaarten niet op zak gehad, had Dejans die banden niet gestolen, was die trein niet vertrokken op de allerlaatste dag voor de bevrijding, hadden het verzet of de Engelse jachtvliegtuigen de trein gestopt, hadden Achiel en Jan samen kunnen blijven, … dan had hun leven — dat van mijn moeder en ja, ook het mijne — er anders uitgezien.
Het meeste van wat ik hier neerschreef haalde ik uit secundaire bronnen. Niettegenstaande ik het volle vertrouwen heb in mijn tachtigjarige moeder en haar geheugen, blijft haar verhaal de herinnering aan een zeer traumatische gebeurtenis die ze als heel jong meisje meemaakte. Ze geeft dat zelf ook aan: "Herinneringen veranderen, worden met de tijd bijgekleurd, in positieve of negatieve kleuren…"
De verslagen van de verzetsgroep van Koekelare die ik kon inkijken dateren allemaal van enkele dagen na de bevrijding. Kolonel Van Poucke stond erop dat over de hele sector alle pelotonsoversten zo snel mogelijk alles op papier vastlegden. Tijdens de oorlog werd immers vrijwel niets bewaard; het risico op ontdekking en de gevolgen daarvan konden desastreus zijn voor de leden en hun familie.
Van de groep Varsenare bleef niets over; het weinige dat er was werd door de Duitsers aangeslagen en meegenomen. Gezien ze bij hun vlucht alles systematisch in brand staken, is er erg weinig kans dat daar nog iets in een Duits archief zal opduiken.
De brief van mijn grootvader was een uniek houvast voor dit verhaal. Ook zijn woorden werden pas 23 jaar na de bevrijding uitgetikt…
Ik heb getracht om elk detail uit het verhaal van mijn grootvader, aangevuld door mijn moeder, historisch uit te pluizen. Vaak ben ik erin geslaagd om de feiten correct te duiden, een link te leggen met een getuigenis van een ander slachtoffer of met andere bronnen die wel gedocumenteerd zijn. Vaak ook niet. Ik hoop alleen, als amateurhistoricus en als kleinzoon, dat het verhaal van mijn grootvader Jean Maurice Formesyn en de zijnen mensen doet nadenken.
Niets is belangrijker dan vrede.
Jan Coutteau, kleinzoon
Voor eventuele reacties: jancoutteau@hotmail.com
Remco Campert – januari 1943
Ik liep over het karrespoor
op een krakende winterdag
mijn moeder kwam me tegemoet
figuurtje in de verte
de nacht ervoor droomde ik
dat ik een scheepje zeilen deed
mijn hand streelde het kroos
in de blikkerende sloot
het scheepje zeilde naar de overkant
en raakte klem in het oevergras
ik keek op en zag mijn vader staan
hij stak zijn arm door prikkeldraad
hij keek me smekend aan
mijn vader vroeg aan mij om brood
Op die landweg, moeder,
hield je me minuten vast
je ogen waren rood
je jas die rook naar stad
de Duitser had per kaart gemeld
mijn vader, hij was dood
in Neuengamme, bitter oord
daar hadden ze hem vermoord
Ik voelde niets
maar wist dat ik iets voelen moest
keek langs mijn moeders mouw
naar het lokkend bos
pas toen het kon vertelde ik honderduit
over wat me werkelijk bezighield
de strik die ik had gezet
voor het konijnehol
de hut die ik aan het bouwen was
in de boom die niemand kende
eerst later voelde ik pijn
die niet meer overging
die nog mijn lijf lijf doortrekt
nu ik dit schrijf
lang geleden, toch dichtbij
de tijd duurt één mens lang
(de vader van Remco, Jan Campert, overleed op 12 januari 1943 in KZ Neuengamme)